19 juni 2012

Jan Guillou - Bruggenbouwers



De Belgen waren echt het schuim van de aarde, het lafste, wreedste en gemeenste volk dat God had geschapen. En Leopold II was de weerzinwekkendste en met bloed bezoedelste koning die ooit op een Europese troon had gezeten. Zo'n leider zou, zowel in het verleden als in de toekomst, ondenkbaar zijn in Duitsland.

***

De opwinding wanneer je als dertienjarige voor de eerste keer boeken mag uitlenen bij de volwassenen! Gedaan met De Vijf! Eindelijk Agatha Christie! En Baantjer! Het is een wereld die voor je opengaat.

Tot je een paar maand later tot de vaststelling komt dat, hoe degelijk ook, Christie en Baantjer zich even goed laten voorspellen als Pietje Puk. Het mocht wel wat spannender, wat pikanter. En dan zie je als jonge snaak opeens bij de G een reeks boeken staan over een zekere Coq Rouge. Een rode haan zou vandaag de dag minstens op wenkbrauwfronsen onthaald worden in Vlaams-nationalistische kringen, maar begin de jaren negentig waren de dingen nog niet zo op de spits gedreven. Of anders had ik dringender zaken om me mee bezig te houden. Die Coq Rouge, zo bleek, was niet eens een Waal maar een Zweedse spion. Behalve het feit dat ik de boeken verslonden heb weet ik er nog bitter weinig over te vertellen.

In elk geval kan die Coq Rouge niet slecht geweest zijn, want ik dacht er meteen aan toen ik bij Prometheus een boek aangekondigd zag van Jan Guillou. Dat klinkt niet eens Zweeds, en toch wist ik - twintig jaar later - meteen wie het was. Jan Guillou, 'de grootste verhalenverteller van Zweden', was gestart met een reeks epische romans over drie broers. Dat ik besloot het boek te lezen heeft meer te maken met de Coq Rouge dan met de broers-bruggenbouwers, moet ik toegeven, want van die verhalende turven van meer dan vijfhonderd pagina's zijn me vaak te veel gericht op het overbruggen van een tijdspanne in plaats van te focussen op een speciale gebeurtenis. Dat is een eufemisme om te zeggen dat ik epische romans vaak saai en mak vind.

Het vooroordeel gaat slechts gedeeltelijk op voor Bruggenbouwers. Saai is het niet; het boek - excusez le cliché - leest als een trein. Twee Noorse broers (de derde verdwijnt al snel naar Engeland) gaan na een ingenieursopleiding in Duitsland bruggen bouwen: de ene in Noorwegen, bij de aanleg van een spoorlijn tussen Bergen en de hoofdstad, de andere in Duits-Afrika. De eerste heeft zijn hart verpand aan een Duitse Freiherrin, de tweede blinkt uit in het afschieten van olifanten en verdient daar een fortuin mee. Tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog is het verhaal wel onderhoudend, maar niet spectaculair. Een liefdesgeschiedenis, Noordse ontberingen, Afrikaanse heldendaden, daar blijft het bij. Maar met de moord op Frans Ferdinand verandert alles, tot in Afrika toe. De verhoudingen veranderen, tussen de staten, maar ook tussen de adel en de arbeidersklasse.

Opvallend: Guillou (of moet ik zeggen: de broers Lauritzen) kiest onomwonden de kant van de Duitsers, die zoveel menselijker zijn dan de laffe Engelsen en de sadistische Belgen (over dat laatste heeft hij misschien wel een punt, koning Leopold II indachtig). De superioriteit van de Duitsers wordt er alleszins tot treurens toe ingepeperd. Benieuwd hoe hij de bocht gaat maken wanneer de Tweede Wereldoorlog er straks aankomt.

Bruggenbouwers van Jan Guillou - oorspronkelijke titel Brobyggarna - verscheen bij Prometheus in 2012, vertaald uit het Zweeds door Bart Kraamer.
520 blz, isbn 9789044620382

Geen opmerkingen: